Wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap

Met ingang van 1 april 2003 zal de herziene Rijkswet op het Nederlanderschap in werking treden. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen aangegeven.

Voor aanvullende informatie kunt U zich tot de Nederlandse Ambassade wenden (bkr-ca@minbuza.nl) danwel de internet-site van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (www.ind.nl) raadplegen
• De “Optieregeling”, waarbij een aantal categorieën aanvragers de Nederlandse nationaliteit kan (her)krijgen, door het afleggen van een verklaring, wordt verruimd;

• Sommige aanvragers van de Nederlandse nationaliteit moeten vanaf 1 april 2003 een naturalisatietoets afleggen, waarbij hun kennis van de Nederlandse taal en maatschappij wordt getoetst;

• In principe moeten vreemdelingen die de Nederlandse nationaliteit verkrijgen, hun oorspronkelijke nationaliteit opgeven. De herziene wet maakt hierop een aantal uitzonderingen. Deze betreffen o.a. buitenlandse echtgenoten / echtgenotes van Nederlanders;

• Een meerderjarige Nederlander die een andere nationaliteit verkrijgt, verliest in principe zijn Nederlanderschap. De herziene wet noemt een aantal gevallen waarin een in een ander land genaturaliseerde Nederlander zijn nationaliteit kan behouden. Deze betreffen o.a. personen die de nationaliteit verkrijgen van het land waar zij zijn geboren of sedert hun 18e in dat land hun hoofd-verblijf hebben;

• Het plegen van fraude bij het verkrijgen van het Nederlanderschap kan leiden tot het intrekken van het Nederlanderschap;

• Kinderen geboren uit een niet- Nederlandse moeder en een Nederlandse vader en waarbij geen sprake is van een huwelijk tussen beide ouders, krijgen alleen Nederlandse nationaliteit indien de vader het kind voor de geboorte erkend heeft. Voor uitgebreide informatie kunt u contact opnemen met de consulaire afdeling van de Nederlandse Ambassade.